B bladeren boom
Natuurbeheerplan
St schuur zonlicht

Natuurbeheerplan

Beschrijving huidige bossamenstelling en ontwikkeling in het plangebied
De hoofdboomsoort in het plangebied is Amerikaanse Eik. Maar ook Beuk, Zomereik en Tamme Kastanje zijn vertegenwoordigd in de kroonlaag.  
Naast de genoemde soorten bevinden zich in het bos een aantal inheemse boomsoorten, die de geschiedenis als een landgoedbos verraden. Binnenlandse eik, zomerlinde en hazelaar zijn hiervan voorbeelden.  

De tweede boomlaag bestaat vooral uit Amerikaanse eiken in de jonge/dichte fase van bosontwikkeling. De bedekking van deze jonge bomen is erg hoog waardoor de structuur gerust ‘dicht’ genoemd kan worden.  
De struiklaag in het bos bestaat uit opslag van hierboven genoemde soorten, aangevuld met Amerikaanse vogelkers, lijsterbes, vuilboom en hulst.  
Kruiden, grassen en mossen ontbreken nagenoeg in het bos. Dit komt door een combinatie van een gebrek aan lichtinval, strooiselophoping en verkleefd blad van met name Amerikaanse eik en tamme kastanje.

St bomenkruin lucht

Bouwstenen

In de beschrijving van het plangebied kan worden gezien dat in zijn huidige staat, de aantrekkelijkheid van het bosgebied vooral bestaat uit de esthetische waarde voor de recreant. In ecologische zin zijn er door het hoge aandeel uitheemse boomsoorten en het ontbreken van een volledige gelaagde bosstructuur weinig inheemse soorten die profiteren. Op de verbetering van de kernkwaliteiten, wordt hieronder verder ingegaan door middel van de uitwerking van een drietal bouwstenen.

Icon bouwsteen 1
bouwsteen 1

Verbetering kwaliteit natuur

Het bos bestaat nu merendeels uit exotische boomsoorten die door hun beperkte ecologische relaties en hun dominantie in het bos een beperkende werking hebben op de ontwikkeling tot een meer natuurlijk en bio diverse bosgemeenschap. In het bos kan door gerichte verandering in soortsamenstelling (gerichte kap en inbreng struiken en kruiden) en structuurverbetering een grote ecologische meerwaarde gecreëerd worden.

Icon bouwsteen 2
bouwsteen 2

Verbetering natuur en beleving door zonering


Door het bos anders in te richten (bouwsteen 1.) en door paden te verbeteren en anderen af te sluiten, stuur je op rust en drukte. Het bos wordt gevarieerder in soorten, structuur en leeftijd. Bomen zorgen voor ruimtelijke indeling van verschillende gebruikszones en sturen en benadrukken de beleving van de betreffende zone in het Landgoed. 

Icon bouwsteen 3
bouwsteen 3

Verbetering kwantiteit/ kwaliteit natuur

Voer bouwsteen 1 en 2 in door in het gehele bos, om de natuur en beleving op het Landgoed een impuls te geven; ter overtuiging van de meerwaarde die het Landgoed wil creëren voor de natuur en de economisch zelfstandige instandhouding van het Landgoed. (Kwalitatieve en kwantitatieve verbetering van de nu aanwezige biodiversiteit).

St lijsterbes

Uitwerking te ondernemen (bouwstenen) maatregelen en resultaat 

Het aandeel uitheemse boom- en struiksoorten wordt teruggebracht in de kroonlaag. Onderstaanders van Beuk en Zomereik krijgen daardoor de kans om door te groeien tot in de kroonlaag. Er worden waar nodig extra boomsoorten ingebracht om een grotere diversiteit in het bosbeeld te creëren. Hierbij kan gegeven de bodem van grof zand en op sommige plaatsen lemig zand worden gedacht aan wintereik, kers of winterlinde. Met de inbreng van deze soorten kan ook een verbetering van de humus van de bosbodem worden verwacht, waarmee de weg wordt vrijgemaakt voor een verbetering van de struiklaag. 

In de tweede boomlaag vindt dezelfde ingreep plaats als in de kroonlaag, maar met een zwaardere intensiteit om de uitheemse soorten op termijn uit te faseren en daarmee het bos een meer natuurlijk karakter te geven. 

In de struiklaag worden inheemse struiken ingebracht in groepsbeplanting passend bij de standplaats van het bos. Het betreft hierop de lemige plaatsen soorten als tweestijlige meidoorn en hazelaar. Op de armere zanden kan gedacht worden aan lijsterbes, vuilboom, en hulst. Deze soorten dienen met hun bloei en vruchten als voedsel voor insecten en kleine zoogdieren. Daarnaast zijn de struikvormers van belang als nestgelegenheid voor vogels en schuilgelegenheid voor knaagdieren. 
In de kruidlaag zullen pleksgewijs inheemse voorjaarsbloeiers en bolgewassen worden ingebracht. Hierbij kan worden gedacht aan soorten die van nature in dergelijke bossen te vinden zijn zoals kamperfoelie, dalkruid, lelietje-van-dalen en op de iets rijkere plaatsen salomonszegel. Hiermee wordt een divers aanbod aan bloeiende kruiden in het voorjaar geboden aan insecten en vlinders.  

Waar maatregelen langs bestaande paden worden uitgevoerd zal dit gepaard gaan met het creëren van bosranden om de structuurvariatie in het bos en daarmee de natuurwaarde te verhogen.  

Bovenstaande maatregelen worden uitgevoerd met als doel de biodiversiteit in het plangebied te verhogen, in aansluiting op de kernkwaliteiten voor het gebied zoals benoemd in de omgevingsverordening van de provincie Gelderland.  
Een bijkomend voordeel is dat door middel van de maatregelen de variatie in het bos toeneemt, hetgeen bijdraagt aan de belevingswaarde van het landgoed.

©  2024: Landgoed De Kalenberg  |  Webdesign: onisontwerp.nl